magyar
english
deutsch
nederlands
Bezienswaardigheden van de dorpsgemeente Bugyi
De gemeente wordt omgeven door de nationale hoofdwegen en spoorlijnen, heeft een oppervlak van 11.558 hectare en 5.149 inwoners, en ligt zo’n 30 km ten zuiden van Boedapest, op de kruising van de provinciale wegen Ócsa - Kiskunlacháza en Taksony - Dabas - Kunpeszér.
Het grote oppervlak is uit te leggen vanuit het feit dat de plaats meerdere middeleeuwse dorpen (Bugyi, Vány, Ráda, Ürbő) verenigt, en ook leengebieden waarvan de namen in de loop der tijden verloren zijn gegaan. De gemeentegrens strekt zich uit tot de oostkant van het Csepel-laagland, dat hier samenkomt met de puinkegel van Pest, met de zandduinen van Kiskunság en met de Solti-vlakte.
De belangrijkste rol voor de vorming van deze microregio is weggelegd geweest voor de Donau en de oude zijtak ervan die in de jaren twintig is ontwaterd, waardoor diverse bodemsoorten zijn ontstaan. Derhalve is het relief gevarieerd, met afwisselingen van stuifzand en zand, veengrond en lössafzettingen. Het buiten de bebouwde kom gelegen deel van de gemeente en het speciale microklimaat – met uitzondering van de ziltgronden en de oppervlakten bedekt met water – zorgen voor gunstige omstandigheden voor landbouw, met name voor de groenteteelt, waardoor Bugyi een belangrijke rol speelt in de voedselvoorziening van de hoofdstad.
De rest van de plaats is belangrijk geworden vanwege zijn beschermde natuur.



De zuidwestelijke strook aan de rand van Ürbő is de op een na grootste Centraal-Europese poesta, bekend als een El Dorado voor vogels, namelijk het nationaal park Kiskunság / Kiskunsági Nemzeti, waar de grootste vogel van Europa leeft, de trapgans. Op een beschermd stuk poesta van 9,4 hectare, vlakbij het dorp, groeit de mooiste bloem van het moerasachtige oerbos, de steppenlis of kleine iris.
Midden in het dorp ligt het barokke centrum, omgeven door de Beleznay-kúria-residentie, het gemeentehuis, een school en twee kerken.
Rondom het centrum vinden we huizen met een tuin, maar aan de rand van de gemeente een reeks industrieplatformen. Bugyi vormt een historische nederzetting van het gebied, waar de rijke volkstraditie wordt bewaard, maar tegelijkertijd is in de gemeente ook een proces van verstedelijking gaande.

Het bewaren van gewoontes in het traditionale huis van Bugyi
Een recente parel van de dorpsgemeente Bugyi, het traditionele huis van Bugyi, werd geopend op 27 juni 2013, met ondersteuning van de vereniging Bugyelláris Hagyomány és Értékőrző Egyesület. Hierin worden de plattelandswoningen van het Hongaarse laagland en de traditionele inrichting hiervan getoond. Dit huis vertegenwoordigt een middel en een ruimte om het leefmilieu van voorgaande generaties te laten zien.


Als zij het traditionele huis binnenkomen voelen veel bezoekers zich als in een tijdmachine, snuiven zij de geur op van de oude keukens en komen de herinneringen uit hun kindertijd weer tot leven. Het huis is een nieuw gebouw, maar ademt de sfeer van de plattelandswoningen van weleer, met een rieten dak, lemen muren en houten balken. Voor ons betekent het traditionele huis een weergave van onze voorouders, van onze wortels, en kennis van de tradities van volkskunst. Wij geloven dat die gemeenschap toekomst heeft die haar verleden kent en eert. Wij willen ervoor zorgen dat toekomstige generaties de mogelijkheid hebben om onze tradities in stand te houden en verder uit te dragen.
Ócsa
Op zo’n 35 km van Boedapest, waar het Hongaarse laagland en de Gödöllő-heuvels samenkomen, ligt de dorpsgemeente Ócsa en het moerassige gebeid eromheen, waar in 1975 het beschermde natuurgebied Ócsa /Ócsai Tájvédelmi Körzet in het leven is geroepen, met een oppervlak van 3.575 hectare.

In deze nederzetting van het Kunság-wijnbouwgebied werden reeds in de XIII-e eeuw wijnranken gekweekt en werd er wijn bereid. Waarschijnlijk zijn hier toentertijd ook de eerste kelders gebouwd. Op de Öreghegy-heuvel, ten zuiden van de plaats, ziet men op het eerste gezicht kelders met een verrassende vorm. De met riet bedekte kelders hebben een daknok bestaande uit schaargebinten, wat een unieke aanblik biedt. De geveldriehoek is versierd met ornamenten van smeedijzer. De keldergaten, ingangen en aftakkingen van de kelders zijn niet bijster breed, zo’n 1-1,5 meter. Deuren scheiden de hoofdkelder („moeder”) af van de ingangshelling. Sommige zijn tevens voorzien van een balustrade om de toegang voor de gasten te vergemakkelijken. Bij andere zien we kleding of instrumenten voor wijnteelt. Meer bemiddelde personen hebben deuren met tralies gemonteerd om de kelder tegen indringers te beschermen.

Het bouwen van keldergangen was een apart beroep. Graafmeesters waren van grote waarde in de plaats en hadden aan opdrachten geen gebrek, aangezien het aantal kelders de honderd overschrijdt. De meest populaire waren kelders met één ruimte en die met twee delen. Naast de moederkelder is er nog een zijaftakking, maar er zijn ook kelders met drie delen.

In de kelders die gegraven zijn in kleigrond met löss worden vandaag de dag ook wijnen uit andere wijnteeltgebieden bewaard. In de afgelopen decennia heeft de wijnteelt iets aan terrein verloren, hoewel er rond de kelders een paar kleinere wijngaarden liggen. De tradities van het kelderdorp worden bewaard door de voorwerpen in het Traditionele Huis (persen, druivenpersen) en de vereniging Ócsa Öreghegyi Pincesor Egyesület, opgericht in 2000 middels het zich vereniging van de eigenaren van kelders die tot kunstmonument zijn uitgeroepen. Het doel van de vereniging is het beschermen en renoveren van de kelders en het organiseren van promotieprogramma’s voor toeristen. De keldereigenaren vertellen graag over deze plek, en als de toerist blijkt geeft van de passende interesse dan kan hij ook een stukje wijnproeverij verwachten.

Ócsa is een ideale bestemming voor toeristen. Behalve een reeks kelders is hier nog veel te zien. Aan de Andor-straat vinden wij het traditionele huis van de regio, gelegen in het oudste deel van de stad Ócsa, Öregfalu („het oude dorp”) geheten. Het monumentale geheel bestaat uit zes beschermde huizen. Naast het traditionele huis verrijst de beroemde gereformeerde kerk van de stad, gebouwd in de XIII-e eeuw in Romaanse stijl. Verder onderscheidt het Ágasház-huis zich door zijn mineralen en tentoongestelde voorwerpen.

Natuurliefhebbers staat voor uitstapjes het beschermde natuurgebied Ócsa ter beschikking, gelegen tussen de plaatsen Ócsa, Dabas en Inárcs, rijk aan moerassige oeverbossen en moeraswouden.

Natuurlijke hulpbronnen en rijkdommen
Het beschermde natuurgebied Ócsa is een van de laatst overgebleven uitgestrekte gebieden oermoeras tussen de Donau en de Tisa. De zeldzame flora en fauna en de rijkdommen hiervan zijn te danken aan het water dat is blijven stromen na mislukte pogingen tot ontwatering in de XIX-e eeuw.

Typisch voor het gehele oppervlak is het mozaïeke karakter, dus de afwisseling tussen open water, rietvelden, vlakten, bossen, steppen en de sporen die passen bij menselijke activiteiten.

De hooivelden met hun rijke levensvormen zijn in het verleden ontstaan door de activiteiten van de mens (regelmatig maaien) en kunnen zo ook behouden blijven. Zij bieden het hele jaar door een fraai uitzicht, maar het voorjaar is echt iets schitterends, wanneer de streekeigen orchideeën in bloei staan, en ook variëteiten van orchis en ophrys (harlekijn, Gymnadenia conopsea, Ophrys sphegodes), Siberische iris, en op lager gelegen plekken knopbies, mattenbies etc.

De bossen hier zijn oeroud, gevormd door individuele teelt en selectie, wat vandaag de dag eigenlijk niet meer gedaan wordt. Het meest kostbaar zijn de elzenmoerassen die bijna het hele jaar door onder water staan waardoor de bomen steunwortels hebben gekregen, die door de bevolking elzen „met voeten” worden genoemd. In de hoger gelegen gebieden vinden we kreupelbos met soorten eik, es, olm en veel begroeiing en struikgewas. Van de bloemen noemen wij het viooltje, de gele dovenetel, het zomerklokje en de lelietjes-van-dalen, waarbij de laatstgenoemde hier en daar in grote aantallen opkomen.

De fauna is zeer rijk, zowel qua soorten als qua aantallen exemplaren. Verder noemen wij hier de geleedpotigen die mensen maar zelden zien (het klein vliegend hert, de heldenbok), duizendpoten en de pissebed, een waar relikwie.

Op onze tochten kunnen kunnen wij talloze soorten vlinders tegenkomen, zoals de Coenonympha oedippus, en op plaatsen met riet en lisdodde de Nonagria typhae.

Naast de gewone vissoorten vinden wij ook de aal (paling) en de hondsvis, van oudsher zeer wijdverspreid in moerassige gebieden. Van de amfibieën komt de moeraskikker zeer veel voor. In de paringstijd aan het begin van de lente kunnen de gelukkige voorbijgangers hun hemelsblauwe kleur bewonderen. Verder komen we ook de bruine pad tegen, de roodborstige roerdomp, de rode boskikker, de bruine grondkikker, de graskikker (boomkikker), de groene kikker, de gekamde en de gewone watersalamander.

Vanwege de rijke avifauna is bijna het gehele beschermde gebied van buitengewoon belang en bevindt het zich onder de bescherming van de Ramsar-conventie. Het observeren en wetenschappelijk evalueren van de vogels en hun presentatie aan geïnteresseerden wordt sinds 1983 gedaan door de wetenschappers van het vogelobservatorium Madárvárta op het Öreg-turján-terrein. In een bepaalde periode van het jaar kan iedereen na een voorregistratie meedoen met het wetenschappelijke werk.

Een aantal karakteristieke vogelsoorten voor het gebied zijn: de grote zilverreiger, de blauwe reiger, de bruine kiekendief, de Donau-valk, de rode eend, de kleine fuut, de kieviet, de watersnip, de roodpotige strandloper, de blauwe meeuw, de grote karekiet, de rietzanger, de snor etc.

Van de zoogdieren noemen wij de kleine knaagdieren (dwergmuis, brandmuis), roofdieren met vacht (wezel, hermelijn, marter), otter, everzwijn, hert en edelhert.

Aanbevolen toeristische routes
Er wordt aanbevolen om iedere tocht te beginnen vanaf het ontmoetingshuis van het beschermde gebied („Ócsai Tájvédelmi Körzet Fogadóháza”), waar u informatie aangeboden wordt over de toeristische routes. Na een goede oriëntering wordt vertrokken over de rood gemarkeerde route, aan de rand van het dorp, langs de moerassige oeverbossen, uitkomend bij de gereformeerde begraafplaats, met grafstenen van houtsnijwerk. Verder lopend door het dorp in de richting van de dorpsgemeente Inárcs, komen we uit bij de reeks kelders Öreg-hegy, waar we een aparte vorm van volksarchitectuur kunnen zien.

De kelders zijn te vinden aan de rand tussen de moerassen en de zandgronden, uitgegraven in de aarde, met een daknok bestaande uit schaargebinten. Tussen de kelders kunnen we traditionele werkstukken van de lokale huishoudens bewonderen, en met een beetje geluk worden we zelfs uitgenodigd voor een wijnproeverij... Vanaf de kelderheuvel zien we de wouden en oeverbossen van het moeras.

Vertrekkend vanaf het ontmoetingshuis aan de Dr. Békési Panyik Andor-straat, langs de wouden en moerasachtige oeverbossen komen we aan op de parkeerplaats van het Nagy-erdő („het grote bos”), waarvandaan een aangelegd voetpad ons voert naar de Selyem-rét („zijdevlakte”).

Hier zijn sportfaciliteiten aanwezig en gemarkeerde plekken voor het maken van vuur. Bij terugkeer komen we uit op hoofdweg nr. 5, waar ook de bus langsrijdt.

De zes stations van het natuurlijke leertraject op de Selyem-rét tonen de bosflora en -fauna van het beschermde naturgebied Ócsa. Het gebied is een moerasbekken dat typerend is voor het gebied tussen de Donau en de Tisa, een waterige diepte omgeven door zandgronden waar wouden en moerasachtige oeverbossen elkaar afwisselen.

De gids die voor het leerpad is uitgegeven laat bij ieder station de natuurlijke rijkdommen van het gebied zien: de gevarieerde flora en fauna, de aquatische biotopen. We komen erachter hoe de bomen in het Nagy-erdő zich door middel van scheuten vermenigvuldigen, hoe vele soorten planten en dieren gebruikmaken van de rotte takken en stronken van de bomen en welke schadelijke gevolgen de introductie van de acacia heeft gehad. Op onze tocht kunnen wij soorten zijn die kenmerkend zijn voor de moeraswouden, zoals daar zijn de zomerklokjes of de waterschildpad en wij ontdekken waar de naam „bomen met voeten” vandaan komt.

Het leerpad heeft een lengte van 1.500 m, en de looptijd bedraagt 2 uur. De stations zijn gemarkeerd met genummerde paaltjes.
De zandgroevemeren van Nemesráda, de slibafzettingen van de Donau bij Bugyi
Geologische verkenning: de verlaten zandgroeven en die nog in gebruik zijn in het Délegyháza-Bugyi-Alsónémedi-gebied leggen de slibafzettingen van de Donau bloot; versteende bomen worden het meest gevonden in de zandgroeven van de dorpsgemeente Bugyi. Hoewel het moeilijk is hun leeftijd vast te stellen, komen de meeste waarschijnlijk uit het stroomgebied van de rivier de Ipoly, dus wordt ervan uitgegaan dat ze uit het mioceen stammen. Ook zijn er veel metamorfe gesteenten afkomstig uit de Alpen en komen er dikwijls beenachtige fossielen vanuit de ijstijd tevoorschijn.

Ik hoop dat de presentatie van meren en viswater in de buurt van Bugyi u zal helpen bij uw keuze van de plek waar u zal proberen de grootste vis van het jaar te gaan vangen. Een goede vangst hangt alleen maar af van bedrevenheid en geluk!

Bugyi - vismeer Csali
Bedrijfsleider: Rápolti Péter
Telefoon: +36 30 248 3257
Ligging: district Pest, tussen Kiskunlacháza en Bugyi
Geopend: van maart tot in november
Tijden: 06:00 - 19:00
Kaartje volwassenen: 3000 Ft/dag
Kaartje kinderen 6-14 jaar (alleen onder begeleiding van volwassenen): 2000 Ft/dag
Toegestane vangst: 2 stuks edelvis en 3 kg kleine vis

Bugyi - vismeer Petőfi
Informatie: Badics Ferenc
Telefoon: +36 70 941 8628
Kaartje: 2500 Ft/dag
Toegestane vangst: 2 stuks edelvis en 3 kg andere vissoorten

Bugyi - vismeer Szavanna
Informatie: +36 30 933 5408, +36 20 453 3949
Ligging: u vindt het Szavanna-vismeer op slechts 15 minuten met de auto vanuit Boedapest, meteen naast het Donau-Tisa-kanaal
Vissoorten: giebel, karper, meerval, snoek, snoekbaars, zilverkarper, forel
Geopend: het GEHELE JAAR door
Kaartje: 2500 Ft tussen 06:00-18:00
Nachtkaartje: 3000 Ft tussen 18:00-06:00
Toeslag voor een extra meer: 1500 Ft
Vissen vanuit de boot: verzekerd
Toegestane vangst: 2 stuks edelvis en 3 kg andere vissoorten

Délegyháza – meren I, II en III
Bedrijfsleiding: sportvisvereniging Délegyházi Horgász Sportegyesület
Adres: 2337 Délegyháza, str. Vörösmarty utca 4.
Wateroppervlak: 80 ha
Ligging: tussen Délegyháza – Dunavarsány, zandgroevemeren Délegyházi I-II-III
Gemiddelde diepte van het water: 3,5 m
Type: natuurwater
Kenmerkende soorten (in volgorde van frequentie): karper, snoekbaars, graskarper, snoek, roofblei, giebel, brasem
Vismethoden: vanaf de wal, vanuit eigen bootjes
Visperiode en -tijden: gedurende de aangegeven visperiode, zonder reservering
Nachtvissen: ja
Visvoorwaarden: gedurende de aangegeven visperiode, zonder reservering
Dienstverlening: aanwezig in de nabijgelegen plaats
Toegang ingericht voor personen met een handicap: nee
Kaartje: Volwassenen: 2000 Ft/dag, jeugd: 1000 Ft/dag

Dunavarsány - vismeer Moby Dick
Baas van het meer: Hegedűs János
Telefoon: +36 30 274 0456
Ligging: Gelegen tussen de zandgroevemeren bij Dunavarsány, district Pest
Oppervlak: 50 ha (6 grote meren + 2 kleine meren)
Vissen: giebel, brasem, karper, graskarper, meerval, Amerikaanse meerval, Afrikaanse meerval, snoek, snoekbaars, roofblei, forel

Het merensysteem is ook geliefd vanwege de vissen die vaak groter zijn dan gemiddeld. Er komen vaak vangsten voor van karpers groter dan 10 kg, meervallen van 20 kg of zelfs 50 kg (maar er bestaan ook meervallen van 100 kg).
Wij hebben heel veel vissen die op de recordlijsten voorkomen: snoekbaars, snoek, brasem, giebel. Er zijn al forellen gevangen met een gewicht van meer dan 6 kg, Afrikaanse meerval zwaarder dan 18 kg, zeelt van 3,65 kg, brasems van meer dan 4 kg en roofblei zwaarder dan 9 kg.
De vissen bij ons zijn bijzonder schoon en smakelijk, en vormen het basismateriaal voor wedstrijden in vispreparaten.
's Winters kan er op de kleine meren, die niet dichtvriezen, gevist worden op forel, Amerikaanse meerval en snoek.
De visrijkdom wordt gewaarborgd door het voortdurend uitzetten van vis en de geschikte diepte van de meren.

Het Rukkel-meer
Richtprijs: 1000 Ft

Gelegen op een half uur vanaf Boedapest, bij kilometer 6 van de weg Taksony-Bugyi, is dit meer een waar aquatisch park, met (zo goed als) natuurwater. Het meer draagt de naam van de eigenaar, Rukkel János, die al 15 jaar lang en met steeds meer succes het bewind voert over zowel het openluchtbad, dat zich uitstrekt over 20 hectare, alsook het aquatisch park. Het meer heeft een oppervlak van 12 hectare, met elf glijbanen en vier trampolines die ter beschikking staan van de bezoekers, die ook de mogelijkheid hebben waterfietsen, bootjes en kajaks te huren.
Voor degenen die een langer verblijf wensen is er een camping met 500 plaatsen, en het restaurant, de bar & grill, en de eet- en bierhuizen bieden eten en drinken aan. Voor kinderen zijn er twee speelterreinen en een kleine glijbaan ingericht. Families met honden moeten weten dat de toegang voor viervoeters op het gehele parkterrein verboden is!
Nationaal park Kiskunsági Nemzeti
Het nationaal park Kiskunsági Nemzeti is het tweede in Hongarije. Het lijkt op het Hortobágy-laagland, en dit gebied bewaart herinneringen aan het eeuwenlang naast elkaar bestaan van mens en natuur. Van de waardevolle stukken van het nationaal park noemen wij: de poesta’s met hun alkalische bodems in de Donau-vallei, de zandduinen, de moerassen in het tussengebied van Donau en Tisa, de dode aftakkingen en de oeverbossen van de Beneden-Donau (Alsó-Tiszavidék) şi en de zandduinen van de regio Bácska.

In 1979 is twee derde van het oppervlak van het nationaal park uitgeroepen tot biosfeerreservaat in het kader van het UNESCO-programma Mens en Biosfeer. De aquatische biotopen van het park genieten speciale bescherming via de Ramsar-conventie. Het bestuur van het nationaal park bevindt zich in Kecskemét. Het nationaal park omvat de gebieden met de meest waardevolle natuurlijke hulpbronnen van het tussengebied van Donau en Tisa, gelegen in het Donau-laagland, bij Homokhátság en in het Tisa-dal.

Het nationaal park Kiskunsági Nemzeti bestaat uit negen afzonderlijke delen en beslaat 53.000 hectare. De habitats van het park worden voornamelijk gevormd door zoute, alkalische en zandrijke poesta’s. De aquatische biotopen worden vertegenwoordigd door zoutmeren, plassen en moerassen, alsmede de dode aftakkingen van de Tisa. Het unieke karakter van het Kiskunság-gebied ligt in de tradities van de boerderijen op het platteland, het fokken van dieren op de poesta en de akkerbouw, tezamen met de ecosystemen. De presentatiepunten en natuurlijke leerpaden in een aantal beschermde gebieden ondersteunen de kennis hiervan.

Apaj
Wanneer wij over het leerpad Réce (de eend) lopen, kunnen de vogelsoorten van de zilte wateren en de rietvelden in hun natuurlijke omgeving bestudeerd worden, en vanuit de observatietorens aan de uiteinden van het traject wordt ons een schitterend uitzicht over de poesta geboden.

44180 bezoekers - Május 1. utca 19. - H-2347 Bugyi - HONGARIJE - Jánosi Gáborné - Tel: +36 30 992 4865